Gezondheidsrecht, tuchtrecht: aantoonbaar ernstig verwijtbaar handelen huisarts

Klaagster maakt huisarts verwijt dat hij haar niet serieus heeft genomen en dat er sprake was van een slechte overdracht aan de waarnemend huisarts. Klaagster had tijdens haar vakantie in Zuid-Afrika in het ziekenhuis gelegen en had ernstige hoofdpijnklachten. Na thuiskomst ging ze direct naar de huisarts. Vervolgens ging de huisarts twee weken later op vakantie en kwam zij terecht bij een collega. Uiteindelijk bleek zij een hersentumor te hebben.
Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg (het RTG) heeft vastgesteld dat door de zeer summiere verslaglegging in het dossier het afleggen van verantwoording door de huisarts van het gevoerde beleid ernstig bemoeilijkt werd. Door het ontbreken van een goede verslaglegging was er ook voor zijn waarnemend collega slechts beperkte informatie beschikbaar en kon niet precies worden vastgesteld wat er precies was uitgevraagd en onderzocht. Er was geen sprake geweest van een goede uitgebreide anamnese die volgens de standaard noodzakelijk was. De huisarts heeft geen toereikende informatie verschaft waaruit een adequate zorgverlening, een juiste behandeling en oplettend handelen valt af te leiden. De huisarts heeft aantoonbaar tuchtrechtelijk ernstig verwijtbaar gehandeld. Bij het opleggen van de maatregel wordt rekening gehouden met het tuchtrechtelijk verleden van de huisarts. In het verleden had hij al een berisping gehad met betrekking tot vergelijkbaar handelen. Bovendien had verweerder weinig blijk gegeven van zelfinzicht en had hij zich weinig invoelend opgesteld tegen klaagster. Aan de huisarts werd dan ook een gedeeltelijk onvoorwaardelijke en een gedeeltelijk voorwaardelijke schorsing opgelegd van drie maanden met een proeftijd van twee jaar.

Privacy, AVG, Veiligheid: na Safe Harboursyseem ook Privacy Shield door rechter ongeldig verklaard bij doorgifte van persoonsgegevens naar de VS

Op 16 juli 2020 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie bepaald in de zaak Schrems II dat het Privacy Shield onvoldoende waarborgen biedt tegen de verregaande bevoegdheden van de Amerikaanse Inlichtingendiensten.
Op grond van de AVG (die op Europese regelgeving is gebaseerd) mag een organisatie alleen persoonsgegevens doorgeven aan een partij die gevestigd is een land buiten de EU in de volgende gevallen:

de aanwezigheid van een adequaatheidsbesluit
gebruik van standaardbepalingen Europese Commissie
er bindende bedrijfsvoorschriften zijn opgesteld
bij één van de afwijkingen in artikel 49 AVG.

Het Hof bepaalde dat er geen persoonsgegevens vanuit Europa via Facebook (gevestigd in de Verenigde Staten) mogen worden doorgegeven ook al was Facebook aangesloten bij het Privacy Shield. Dit is in strijd met de privacy waar personen op basis van de AVG recht op hebben. Grote Amerikaanse partijen zijn vaak aangesloten bij het Privacy Shield (tech bedrijven, cookie leveranciers of social media bedrijven). Lang werd aangenomen dat wanneer een Amerikaanse onderneming voldeed aan het Privacy Shield een adequaat beschermingsniveau wordt geboden voor de verwerking en opslag van Europese persoonsgegevens. Het Hof oordeelde anders en verklaarde het adequaatheidsbesluit over het Privacy Shield ongeldig, hierbij wijzende op de verregaande bevoegdheden om in deze data te kunnen kijken en deze onderwerpen aan massa surveillance van de Amerikaanse autoriteiten in hun strijd tegen misdaad. Hiermee is het overigens niet onmogelijk geworden om gegevens door te geven aan organisaties in de VS maar zal er per geval beoordeeld moeten worden op welke grondslag die specifieke doorgifte gebaseerd kan worden. Het sluiten van de modelclausules (SCC) is niet zonder meer voldoende.