Alimentatie en corona

De corona crisis dreigt en grote invloed te krijgen op de financiële ruimte die alimentatieplichtigen hebben om aan de verplichtingen te blijven voldoen. Wat u hieraan kunt doen hangt af van de wijze waarop de verplichting tot stand is gekomen namelijk:

  1. Is de alimentatie bepaald door de rechter in een beschikking? Bijvoorbeeld op grond van tussen ex-partners gemaakte afspraken en zijn deze vastgelegd in een overeenkomst, zoals het ouderschapsplan of het convenant.

of

  1. Is er geen rechter aan te pas gekomen en heeft u samen afspraken gemaakt over de alimentatie?

In beide situaties kan de alimentatie niet zomaar gewijzigd worden. Er ligt immers een rechterlijke uitspraak of er zijn onderlinge afspraken gemaakt. Eenzijdig aanpassen is niet mogelijk. Het is dus van belang dat uw ex-partner zo snel mogelijk op de hoogte gebracht wordt van de financiële situatie en u in overleg gaat.

Stel dat overleg niet lukt dan kunt u met ons contact opnemen over de mogelijkheden die u heeft en bespreken welke oplossingen het beste bij u en uw situatie passen.

Kinderen en (erf)recht

Legitiem portie.

Kinderen of ze nu minderjarig of volwassen zijn, hebben een speciale positie in het erfrecht. Het maakt niet uit hoe goed of slecht de relatie tussen ouders en kind is. Als kind blijf je altijd recht houden op een gedeelte van de erfenis, de zogeheten legitieme portie. Ben je als kind dus “onterfd”dan sta je nooit met lege handen.

Wilsrechten.

Naast de legitieme portie hebben kinderen ook zogenaamde “wilsrechten”. Het belang van deze wilsrechten komt tot uiting indien de erflater een langstlevende echtgenoot of geregistreerd partner achterlaat. Zolang de langstlevende echtgenoot of partner niet hertrouwt of een nieuw partnerschap registreert zullen de kinderen er gerust op kunnen zijn dat wat hetgeen deze nalaat, aan hen als erfgenamen zal toekomen.

Dit kan echter veranderen wanneer de langstlevende echtgenoot of partner een opvolgend huwelijk aangaat of opnieuw een partnerschap laat registreren. Bij het overlijden van de ouder zullen de goederen behorende tot de nalatenschap ingevolge de wettelijke verdeling kunnen toebehoren aan de stiefouder of -partner.

Om dit te voorkomen heeft de wet om die reden ten behoeve van de kinderen vier wilsrechten aan de wettelijke verdeling toegevoegd. Deze wilsrechten kunnen uitgeoefend worden in vier verschillende situaties:

  1. de langstlevende ouder doet aangeven van zijn voornemen opnieuw in het huwelijk te treden;
  2. de hertrouwde langstlevende ouder overlijdt en een vordering in de nalatenschap van de eerst gestorven ouder wordt opeisbaar;
  3. de ouder overlijdt en het kind krijgt een niet opeisbare vordering op zijn stiefouder;
  4. de stiefouder overlijdt en de vordering in de nalatenschap van de ouder wordt opeisbaar.

Let wel: bij uiterste wilsbeschikking (testament) kunnen deze wilsrechten uitgebreid beperkt of opgeheven worden.

Wilt u weten welke rechten voor u gelden neem dan contact op met ons kantoor.